DE PERENBOOM VAN MIES EN MUK
Faithcompany.nl
Mies en Muk zijn allebei oma en allebei al heel erg oud. Hoe oud ze precies zijn dat zijn ze vergeten. Dus als ze hun verjaardag vieren weten ze niet hoeveel kaarsjes er op de taart moeten,en dat vinden ze eigenlijk wel best. Mies en Muk lopen allebei een beetje krom en hebben allebei prachtige lange zilverwitte haren. Mies en Muk hebben alle twee rode appelwangen en glinsterende blauwe ogen. Daarmee kijken ze allebei vrolijk de wereld in. Meestal dragen ze lekkere wijde jurken met bloemen erop. Echte oma jurken. Op zondag doen ze dan ook nog een hoedje op. Dat hoort op zondag vinden Mies en Muk. Mies heeft een blauw strooien hoedje met paarse viooltjes en Muk een geel strooien hoedje met rode rozen. Ze wonen in een klein wit huisje met een rood dak. Ze hebben een lekkere grote tuin met een donkerblauw houtenhekje er omheen. Mies en Muk hebben bessenstruiken in de tuin en rozenstruiken en een perk vol met heerlijke zoet ruikende viooltjes. Maar het allermooiste in hun tuin is de oude grote perenboom. Elke zomer buigen de takken van de perenboom onder het gewicht van grote gouden blozende peren. Als de peren rijp zijn komt de kleindochter van Mies en Muk, Roza, samen met wat vrienden en vriendinnetjes helpen met het plukken van de peren. Ze plukken manden vol met peren waarvan de oma’s dan perentaart, perensiroop en perenjam maken. Als oma Mies en oma Muk staan te koken en te bakken ruikt de hele straat naar peren. Heerlijk is dat! Iedereen krijgt wel een potje jam of een fles siroop of een punt van de taarten die ze maken.
In de herfst worden de bruinkoperen blaadjes er door de wind vanaf geblazen. Dan is de perenboom kaal en leeg. In de winter zijn de takken van de perenboom glanzend zwart. Soms worden ze versierd met zachte witte sneeuw. Dat is een prachtig gezicht. Maar in de lente is de boom het mooist. Dat vinden Mies en Muk. Dan zitten er frisse sappig groene blaadjes aan en wolken van de prachtigste witte bloesems.
Het is nu lente en de perenboom zit vol met die mooie witte bloesem. Mies en Muk zitten onder hun perenboom een kopje thee te drinken. Allebei een kopje rozenbottelthee met honing erin en een koekje erbij. Lekkere knapperige krakelingen. Ze genieten van het lentezonnetje en van hun prachtige perenboom. Dan slaakt oma Mies opeens een gilletje; Kijk Muk, zegt ze, er kruipt een rups tegen de stam van de perenboom omhoog. Oma Muk ziet het ook er kruipt een grote dikke groene rups tegen de stam omhoog. Oh Mies dat is niet goed hoor die eet straks alle bloesem op en dan hebben we in de zomer geen peertjes meer, en als we geen peertjes hebben dan hebben we geen perentaart geen perensiroop en geen perenjam! Mies staat op van haar stoel en loopt naar de stam maar het rupsje zit al veel te hoog en Mies is zo krom dat ze er niet bij kan. Ik kan er niet bij Muk wat moeten we nou doen?
Tja oma Muk denkt na terwijl ze naar de rups kijkt die boven in de boom al begonnen is een heerlijk blaadje bloesem op te smikkelen. Hoe krijgen ze die rups er nou uit?Ik ga op een stoel staan, zegt oma Muk tegen oma Mies. Ze stapt op de stoel en die wiebelt gevaarlijk. Pas op hoor Muk, zegt Mies straks val je er nog af. Maar ook op de stoel kan oma Muk niet bij de rups komen die zit veel te hoog. Ik pak de ladder wel, zegt Mies. Muk wacht bij de perenboom op Mies en als de ladder er is zetten ze die tegen de stam van de perenboom. Mies klimt heel voorzichtig voetje voor voetje op de ladder. Als ze helemaal bovenaan staat probeert ze de rups te pakken maar die is nu een bloesem hoger gekropen en ze kan er niet bij.
De hele dag proberen oma Mies en oma Muk iets te verzinnen om de rups naar beneden te krijgen. Mies denkt dat de rups gewoon honger heeft dus dat ze hem moeten vangen met iets lekkers. Ze plukken verse groene sla uit de moestuin en sappige andijvie en leggen die onderaan de stam van de perenboom om de rups naar beneden te lokken. Maar de rups ziet het niet eens en eet vrolijk verder van de zoete bloesems. Oma Muk denkt dat de rups zich misschien verveelt en daarom zoveel eet. Dus pakt ze haar fluit en speelt een prachtig liedje en hoopt dat de rups daardoor zal stoppen met eten en naar beneden zal komen. Maar de rups kijkt niet op of om en eet gewoon verder. Oma Mies en oma Muk worden een beetje moe van het verzinnen en als het avond wordt en zo donker dat ze niets meer kunnen zien gaan Mies en Muk maar naar binnen. Ach, zucht oma Muk, misschien slaapt de rups vannacht wel en dan kunnen we het morgen opnieuw proberen. Of hij gaat naar huis omdat hij uitgegeten is, zegt oma Mies, hoeveel kan zo’n rups nou eigenlijk eten?Ze zijn zo druk bezig geweest met de rups dat ze helemaal vergeten zijn te koken dus eten ze een boterham met ei en spek en gaan naar bed.
De volgende ochtend staan ze zodra de zon opkomt weer onder de perenboom. Daar, zegt oma Muk, daar zit die dikke groene rups nogsteeds. En ja hoor de dikke groene rups zit op een bloesem in de ochtendzon. Hij is van al de bloesem die hij heeft gegeten nog dikker en nog groener geworden en zit al weer heerlijk aan een volgend bloesem ontbijtje. Oma Muk moet er een beetje om lachen. Het is wel een lieve dikzak als je hem zo ziet smikkelen he.
Ja, zucht oma Mies, hij is dan wel leuk om naar te kijken maar ik wil van de zomer wel gouden blozende peertjes hebben om perenjam en perentaart van te maken en lekker perensiroop. Ja, oma Muk knikt, als die rups zo door eet dan hebben ze straks niet alleen geen gouden blozende peertjes meer maar ook geen perentaart geen perensiroop en geen perenjam!
Oma Mies en oma Muk staan onder de perenboom en weten echt niet meer hoe ze de rups eruit moeten krijgen. Dan komt postbode Olle langs. Daag oma Mies, dag oma Muk ik heb een brief voor jullie, zegt Olle terwijl hij druk in zijn posttas graaft. Maar als postbode Olle op kijkt ziet hij twee droevige oma’s staan die onder hun perenboom moedeloos naar boven ziet turen. Tjonge tjonge wat is er aan de hand? Waarom kijken jullie zo droevig, vraagt postbode Olle. Oma Mies en Muk wijzen naar boven naar de rups die inmiddels al minstens drie bloesems heeft opgegeten. Olle er zit een rups in onze perenboom en die eet alle bloesems op en straks hebben we geen bloesems meer over en dan hebben we in de zomer geen lekkere gouden blozende peertjes meer, en als we geen peertjes meer hebben dan hebben we ook geen perentaart geen perensiroop en geen perenjam! Oei! Dat is wel vervelend, zegt postbode Olle. Hij is namelijk dol op de perensiroop van oma Muk. Ik zal eens kijken of ik kan helpen. Hij hangt zijn posttas schuin over zijn bolle buik en rolt zijn mouwen op. Zo, zegt hij vast beraden en schuift zijn postpet naar achteren op zijn hoofd. Olle klimt op de ladder. Maar de rups zit veel te hoog hij kan er ook niet bij. Hij rekt zich uit zo ver hij kan en oei KRAK klinkt het en daar glijdt de ladder weg en hangt postbode Olle aan een arm aan een tak van de perenboom te schommelen. Oma Muk en oma Mies slaken een gilletje. Olle kan zich aan de tak omhoog trekken en daar zit hij dan. Hoog op een tak in de perenboom. Hij houdt zich stevig vast terwijl zijn postpet scheef over zijn rechteroor is gezakt. De ladder ligt in twee stukken op de grond. Postbode Olle was te zwaar voor de oude ladder en hij is er doorheen gezakt.
Olle kijkt angstig naar beneden wat is het hoog! Hij piept, Ehh oma Mies ik eh heb een beetje hoogte vrees. Ojee postbode Olle durft niet meer uit de perenboom te komen. Nu hebben ze EN een dikke groene rups EN een dikke bleke bangige postbode in de perenboom zitten.
Postbode Olle herinnerd zich dat hij een brief van Roza in zijn tas heeft zitten en heel voorzichtig haalt hij die uit zijn posttas en laat hem naar beneden vallen. Roza schrijft dat ze vandaag langs komt om thee te drinken. Misschien kan zij ons helpen met de rups zegt oma Muk. Ja en met de postbode, giechelt Mies zachtjes zodat arme Olle het niet kan horen.
Dan horen ze het fluiten van bakker Panne. Oh, zegt Mies, dat is bakker Panne misschien weet hij hoe we Olle en de rups uit de boom kunnen krijgen?Bakker Panne is wel een beetje verbaast als hij Olle in de perenboom ziet zitten en hij het verhaal van oma Mies en oma Muk over de dikke groene rups hoort. Maar hij maakt zich direct zorgen als ze vertellen dat ze straks geen sappige gouden blozende peertjes meer hebben om lekkere perentaart te maken en perensiroop en peren jam. Bakker Panne krab zich achter zijn oor. Hij moet er niet aan denken dat hij straks geen overheerlijke perentaart van oma Mies kan eten. Zo lekker kan hij ze namelijk zelf niet bakken.
Maar HOE moet hij Olle en de rups nou uit de boom krijgen met een kapotte ladder? Eerst moet de ladder heel. Hij haalt een touw uit zijn bakkerswagen en bindt de ladder weer aan elkaar. Ziezo die is weer heel, lacht hij. Maar bakker Panne is een dikke bolle bakker en veel dikker dan postbode Olle en als hij op de ladder klimt om Olle eruit te halen kraakt de ladder bij elke stap en als hij bovenaan de ladder staat en een tak te pakken heeft klinkt een heel hard gekraak en…KRAK! .breekt de ladder opnieuw. Zijn bakkersmuts vliegt tussen de takken door en bakker Panne hangt gevaarlijk te zwaaien aan een tak. HELLUP Hellup gilt bakker Panne. Zijn geruite bakkersbroek is gescheurd en je kunt zo een stuk van zijn lange rode bakkersonderbroek zien. Postbode Olle vergeet even hoe bang hij is en helpt bakker Panne op een tak te komen door hem aan zijn geruite bakkersbroek naar boven te sjorren. Oef dat ging allemaal maar net goed.
Nu zitten er dus EN een dikke bleke bangige postbode EN een dikke bolle bakker met rode wangen EN een dikke groene rups in de perenboom van oma Mies en oma Muk. De omaatjes staan onder de boom en moeten er eigenlijk wel om lachen. Maar hoe krijgen we die dikke postbode en die dikke bakker er nou uit? Fluistert oma Mies tegen oma Muk. Ze besluiten te wachten op Roza.
Als Roza na school door het hek de tuin van oma Mies en Muk binnen komt ziet ze iets heel geks. Oma Muk en oma Mies zitten op de grond met hun rug tegen de stam van hun perenboom en ze lijken te slapen. Maar in de perenboom hoog boven de grond ziet ze nog iets veel gekkers. In de perenboom tussen de frisse sappige groene blaadjes en de wolken witte bloesems zitten En een dikke bleke bangige postbode Olle EN een dikke bolle rode bakker Panne met een scheur in zijn geruite bakkersbroek. Wat is hier gebeurt? Roept Roza. Oma Mies, Oma Muk wat doen jullie nou? Oma Mies doet haar ogen open en Oma Muk doet ook haar ogen open en ze zegt, er zit een dikke groene rups in de perenboom en die eet al onze bloesems op. Dan hebben we in de zomer geen gouden blozende peertjes geen perentaart geen perensiroop en geen perenjam!
Postbode Olle heeft hem eruit willen halen maar de ladder brak. Toen kwam bakker Panne en hij wilde Olle en de rups er ook uit halen en heeft de ladder gemaakt maar hij is toen ook weer door de ladder gezakt. En nu, fluistert oma Mies, zitten er dus drie dikke heren in onze perenboom Een postbode een bakker en een rups. Roza kijkt nog eens in de boom. Postbode Olle ziet ze wel en bakker Panne ook maar waar zit die rups dan toch? Ze tuurt en tuurt maar ze ziet helemaal geen rups. Maar eh, zegt ze, waar zit die dikke rups dan? Ik zie helemaal geen rups. Oma Mies en oma Muk staan nu ook te turen ze zien de rups ook helemaal niet meer. Roza haalt een stevige ladder bij de buren verderop en helpt Olle en Panne naar beneden. Oma Mies en oma Muk zoeken nog steeds tussen de takken naar de rups. Maar hoe vaak ze ook om de boom heen lopen en met hun hand boven hun ogen naar boven turen ze zien de dikke groene rups nergens meer. Ze snappen er niets meer van. De rups is weg en er zijn nog meer dan genoeg bloesems over om komende zomer heerlijke blozende gouden peertjes te worden.
Om een beetje van de schrik te bekomen eten ze met z’n allen lekkere warme broodjes met perenjam en drinken ze hete zoete rozenbottel thee aan een tafel onder de prachtige perenboom. Oma Mies maakt de gescheurde broek van bakker Panne die in zijn lange rode bakkersonderbroek zit te genieten van een knapperige krakeling. Ze kunnen nu wel lachen om hun avontuur in de perenboom. Oma Muk en oma Mies begrijpen alleen niet wat er nu eigenlijk met de rups gebeurt is. Die heeft zoveel gegeten en is nu opeens weg. Toch wel een beetje raar vinden ze.
Als de thee op is en de broek gemaakt moeten postbode Olle en bakker Panne weer aan het werk. Bakker Panne merkt dat hij zijn bakkersmuts nog niet terug heeft. Hij zoekt in het gras onder de perenboom en jawel daar ligt zijn witte bakkersmuts. Als hij hem op zijn hoofd zet en zich omdraait om Roza en de oma’s gedag te zeggen ziet hij dat ze hem met open mond staan aan te staren. Hij wordt nog roder dan hij al is en vraagt; waarom kijken jullie zo naar mij?
Roza stammelt ‘op je muts Panne,op je muts. Voorzichtig haalt Panne de bakkersmuts van zijn hoofd en wat zit er op zijn bakkersmuts. Nou wat denk je? Op de bakkersmuts van Panne zit de mooiste en dikste en grootste vlinder die je je maar kunt voorstellen. Hij is prachtige geel met oranje. Hij lijkt wel van goud! Nee maar, zegt oma Muk die meteen begrijpt wat er gebeurd is, ik wist niet dat je van het eten van perenbloesem zulke mooie gouden blozende vlinders kreeg. Ja, zegt oma Mies volgende keer zullen we de rupsen maar gewoon laten smikkelen dan hebben we in de lente gouden blozende vlinders en in de zomer gouden blozende peertjes. Ze moeten er allemaal om lachen en de vlinder? Die vliegt van Pannes muts naar de top van de perenboom om op een witte bloesem zachtjes in de zon te wiegen op een lentebriesje.
En weet jij ook wat er gebeurd is?
copywright. Fcomp. 2008
Stuur door
Dit is niet OK